Het korte antwoord
De inhoudsopgave onderscheidt twee woordenboekdelen: Nederlandse gebarentaal en Vlaamse gebarentaal. Het boek presenteert de afbeeldingen dus niet als één ongedifferentieerde verzameling die overal dezelfde taal vertegenwoordigt.
Kijk naar de aanduiding bij het opzoekdeel
Bij een gebarenboek kan een afbeelding de meeste aandacht trekken. Voor het kiezen telt ook hoe die afbeelding is geordend en bij welke taal zij hoort. Het beschikbare fragment vermeldt afzonderlijke delen en een alfabetische lijst voor het Nederlandse gedeelte. Dat zijn concrete onderdelen die je in de inhoudsopgave kunt controleren.
Een woordenboek en een activiteitenhoofdstuk doen iets anders
Het eerste deel bevat uitleg en activiteiten voor alledaagse momenten. Het tweede deel is ingericht om gebaren terug te vinden. Misschien spreekt juist die combinatie je aan: eerst achtergrond lezen en daarna iets kunnen opzoeken. Wie uitsluitend een kort beeldboekje wil, verwacht een andere hoeveelheid toelichting.
Gebruik de taalvermelding als vraag bij het bladeren
Je kunt bij het bekijken van een voorbeeld eerst nagaan of je in het Nederlandse of Vlaamse deel zit. Daarna kijk je welke uitleg erbij staat. Dat is een voorbereiding op de boekkeuze, geen complete instructie in een gebarentaal. Ook leiden we uit een afzonderlijke afbeelding geen uitspraak af over de taalontwikkeling van een kind.
Let op de volledige titel en beide makers
Dit werk heet Babygebaren, kindergebaren, iedereen kan gebaren! De naam lijkt op die van een ouder boek met een kortere titel, maar dat maakt de ISBN’s niet uitwisselbaar. Lissa Zeviar staat met Kjille Soeting op het titelblad; de uitgever noemt Soeting co-auteur. De kaart hieronder opent de juiste paperback, met een afzonderlijk bevestigde e-bookkeuze.


